0

Mijn vaders duurbaar bootje

Geplaatst door Johan Morris op 8 januari 2026 in liedbladen, liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet |



Dit lied komt ook voor op een liedblad van “Elise Cooren uit Oostende”, met een identieke illustratie. Bij nader toezien bevatten beide liedbladen dezelfde liederen …

Elisa Maria Cooren (1893-1959)

Het ligt dus voor de hand dat Elise na haar huwelijk van naam veranderde en van Oostende naar Kortrijk verhuisde.

In Geneanet vonden we een echtpaar Hector Alfons DEMEYERE (1893-1956), gehuwd met Elisa Maria COOREN (1893-1959), geboren in “Mariakerke bij Oostende” en haar echtgenoot in Kortrijk. Beiden zijn overleden in Gent.
Volgens haar geboorteakte dd. 30/11/1893 was zij de dochter van Ludovicus Petrus Cooren en van Maria Louisa Vermeulen (moeder geboren circa 1874 in Saint Omer, Frankrijk)

Jef Klausing (1918-2004)  vond het liedblad dankzij het opzoekingswerk van Jan Huyghe en wij zijn zo vrij Jef’s commentaar over dit lied te citeren.

Men zou dit lied een "pastorale" van het zeemansleven kunnen noemen.
Een knaapje zit aan de oever van de woeste (natuurlijk) zee en tuurt naar het scheepje van zijn vader. Het droomt dat het scheepje vergaan is. Maar het lied heeft een happy-end, vader komt behouden weer.
De moraal ligt in de laatste regel van de derde strofe,
" Droevig is er de visvangst ter zee "
Het lied wordt qezongen op de melodie van " Sous le soleil
Marocain " dat vooral in de tweede helft van de jaren twintig "in" was. Jan Huyghe tekende het op te Veurne. 
De tekst komt voor op een vliegend blad met liederen gezongen door de Oostendse zangeres Elise Cooren.
Het Instituut voor Volkskunde te Antwerpen bezit eveneens een vliegend blad met deze tekst, maar deze is verspreid en gezongen door Vrouw Demeyer die toen Kortrijk opgaf als woonplaats. Deze zangeres heeft evenwel ook te Oostende gewoond wat de vraag doet opkomen of het lied wellicht afkomstig is uit Oostende

Die twee liedbladen zijn ook in ons bezit, dankzij de vrijgevigheid van Leo Coulier en Willy Machiels.

Mijn vaders duurbaar bootje

1101 [A] Vrouwe Demeyer [C] R. Desmoulins (1881-1939)

Aan den oeverkant van de woeste zee
zat een kleine knaap met het hart vol wee.
En het loert altijd naar de golven heen,
wijl hij zucht met leed: “Keerde hij maar weer!”
Zijn brave vader was heengevaren
in het gure weder met zijn vissersboot.

Ach, duurbaar kleine boot,
waar zijt gij nu met vader heengevaren?
Die in die brede schoot
de zee trotseert om ’t zuur verdiende brood.
Zelfs in de gure wind
strijdt gij voor ’t leven van ons huis’lijk kroost.
Ach, bootje lief, smeekte ’t knaapje toch zo teer:
breng mijn vadertje toch weer.

Door de felle wind hoort men niet het kind,
hoe het toch zo tracht en naar vader wacht.
Zijn gedacht was wreed, van die kleine boot,
het vergaan in zee en zijn vaders dood.
Het weende en zuchtte stil bewogen,
duurbaar bootje, kom toch weerom!

Daar, de boot wellicht die kwam in het zicht
en de vader teer kwam behouden weer.
Hij vond er zijn kind dat hij teer bemint
door vermoeidheid laat in een diepe slaap.
Het droomde luide van zijn vader,
droevig is de visvangst der zee.

PDFlogo Partituur * Mijn vaders duurbaar bootje *
MP3logo
      instrumentaal

 Bronnen:
zangwijze: "Sous le soleil Marocain"
liedblad "Vrouwe Demeyer, Kortrijk" (MUZ0917 pag. 146)
liedblad "Cooren Elise, Oostende" (MUZ0940 pag. 50)
boek “Zingende baren” - Jef Klausing 1986 (MUZ0115 pag. 28)
boek “Muzikaal erfgoed van Oostende deel 1,2 en 3” - Roland Desnerck 2018 (MUZ0814 pag. 345)

Tags:

0

De laffe moordzaak te Heusden (1931)

Geplaatst door Johan Morris op 1 januari 2026 in liedbladen, liederen, Louis Boeren, Over Moord & Rampen |


In 1931 gebeurt er een drama in een café te Heusden: de dochter des huizes, nauwelijks 19 jaar oud, wordt door een afgewezen kandidaat-minnaar doodgeschoten.

Onder andere Gazet van Antwerpen schrijft erover en meldt dat de niet met name genoemde dader de vlucht heeft genomen en spoorloos verdween.
Louis Boeren was meteen in actie geschoten en schreef het hele verhaal rijmend neer in een lied op de droevige melodie van “Le bâtelier de la Volga”.
Twee dagen later komt De Nieuwe Gazet met een vervolgbericht: de dader is gevonden.
Hij was teruggekeerd naar de plaats van de misdaad en heeft zich daar met het moordwapen van het leven beroofd.

Dat wist Louis Boeren nog niet bij het drukken van zijn liedblad, hij zag de dader mettertijd ter dood veroordeeld door het gerecht, maar het ging allemaal iets sneller dan verwacht.

De laffe moordzaak te Heusden

1069 [A] Louis Boeren [C] Emile Liétard (1861-1950)

Vrienden, blijft allen even staan
en hoort mij even aan wat is gebeurd.
Te Heusden, eens zo’n stille oord,
een wrede laffe moord
wordt daar betreurd.

Een braaf fatsoenlijk wezen,
al moest haar lot zo wezen,
die werd bemind door een lastig sujet
die op het meisje zijn zin had gezet.
Maar zij, van harentwege,
onthield hem steeds de zegen.
Zij had nog nimmer zijn liefde gedeeld.
Dat had den lafaard tenslotte verveeld.

De meid, van name Hubertien,
woonde met het gezin in een Café.
Het kind had goed de achttien jaar
dacht nog aan geen gevaar en was tevree.

Maar zie, dat mocht niet wezen,
hij deed haar harte vrezen.
En ziet nu vrienden om zekere reê
kwam hij des avonds weer in het Café.
Hij dronk daar menig pintje
dat laf en wrede vriendje
en bleef daar hangen tot den laten stond,
wijl iedereen zich te ruste bevond.

Haar vader sprak toen vriend’lijk lief:
vertrek nu als je blief, den tijd is daar.
Wij sluiten en daarmee gedaan,
en ik verzoek u reeds maar heen te gaan.

Ik wil, zo sprak de lafaard
met ogen als een wreedaard,
nog even spreken met mijn Hubertien.
Ik wil haar even een stonde nog zien.
Wijl zij nog kwam naar voren
toen was haar lot beschoren.
En hoort nu vrienden, wat deed den barbaar?
Het droevig drama, het noodlot was daar.

De lafaard sprak toen heel gezwind
van liefde en van min, zij spraken saam,
maar voor dat iemand er van wist
toen was die arme meid haar lot beslist.

Want zie, na enk’le stonden
lag daar die meid ten gronde.
Hij schoot haar neer en het moordende lood
had haar getroffen, daar lag ze nu dood.
De lafaard vluchtte henen
en was weldra verdwenen.
Men zal hem vinden, de galg is voorwaar
voor zo een lafaard toch heus niet te zwaar.

PDFlogo Partituur * De laffe moordzaak te Heusden *
MP3logo
      instrumentaal

 Bronnen:
Liedblad Louis Boeren (MUZ0779 pag. 51)
Zangwijze: "Le bâtelier de la Volga"
Krantenberichten: GVA 16 februari 1931,
De Nieuwe Gazet 18 februari 1931

Tags:

0

Microben

Geplaatst door Johan Morris op 18 december 2025 in liedbladen, liedboeken, liederen, Spot & Ironie |

Dit schreef ik in 2020 tijdens de Covid-19 miserie als reactie op de bespreking van liederen over pandemieën (zoals de Spaanse Griep bijvoorbeeld):

“R. Vermandere gaf een lied uit bij Gustave Faes in Antwerpen onder de titel “Microben”. De tekst werd overgenomen in “Liederenboek van het Alg. K. Vl. Studentenverbond” (1913). Het lied is een satire en heeft geen wetenschappelijke waarde. Het gaat ook niet specifiek over de (Spaanse) griep want het suggereert dat het pas ontdekte bestaan van de nauwelijks zichtbare microben aantoont dat zowat alles aan deze “kleine diertjes” te wijten is. Rob Van Deun stuurde me een veldopname (waarvoor nogmaals dank) die door Herman Van Gorp in 1976 werd gemaakt bij Regina Dockx uit Oud-Turnhout tijdens de voorbereiding van zijn licenciaatsverhandeling. Zij zong uit het hoofd een stuk van het lied voor. Het zal ons nog wat kopzorgen opleveren om die opname te analyseren en om te zetten in bruikbaar notenschrift, tenzij we de originele partituur van Vermandere kunnen terugvinden.”

Dankzij een reactie van “Pelle” (in maart 2025) kon ik een partituur van het lied geschreven door René Vermandere (1857-1944) bemachtigen, later uitgegeven bij Delbeke in Gent, thuisstad van de vermelde zanger Pol Speeckaert (1879-1935). Sinds 2014 zijn zowel tekst als muziek helemaal rechtenvrij.

Microben

1068 [AC] René Vermandere (1857-1944)

Sinds een korten tijd is er een dier ontdekt
Of beter een klein dierke,
Dat wel honderd duizend malen minder is,
Dan ’t allerkleinste mierke;
’t Weegt juist tienmaal minder dan een zeepblaas weegt
En van ’t minst dat gij een liter geersten leegt,
Hebt g’er vier millioen,
’t en is u niet misgund,
Een kosteloos verblijf in uwe maag vergund !

Microben, microben
Buiten, binnen, onder ons en boven :
Geen enkel’ plaats waar g’haar niet vindt;
Ze zit in vuur, in sneeuw, in ijs en wind!
Microben, microben
Buiten, binnen, onder ons en boven.
Geen enkel’ plaats waar g’haar niet vindt;
Ze zit in vuur, in ijs en wind!

Men heeft de microob in alle spijs en drank,
Bij alle dier gevonden :
Zij wordt met de brieven, met den telegraaf,
En telefoon verzonden.
Gans deez’ aard’ is slechts een groot microbennest
Oud’ en nieuwe wereld zijn er door verpest :
En in Congo ook, microob al wat men ziet,
Er zijn er daar zoveel dat zij gaan half voor niet.

’t Schijnt dat er veel soorten van microben zijn,
Verschillend naar de landen :
Aan den Noordpool kunnen zij goed tegen kou,
In Congo tegen ’t branden;
Aan de Rode Zee zijn zij zo rood als bloed,
Aan de Zwarte Zee zijn zij zo zwart als roet;
In China zijn zij geel, van poten tot aan kop
In Pruisen hebben zij ook enen pinhelm op !

Al de ziekten die er op deze aarde zijn,
We hebben z’hun te danken :
Waren ‘r geen microben, al ons kwaad hield op,
Er waren scheel’ noch manken.
Z’hebben ons geschonken die influenza,
d’Hysterie, migraine en etcetera :
En als ze vechten daar, dat ’t aan de ribben houdt,
Dat komt door de microbe van het Engels zout !

Elke dag brengt veel nieuwe microben voort,
Ik zelf heb er gevonden :
En als monsters zonder waarde heb ik die
Mijnheer Pasteur gezonden.
Hij heeft ze dan ook met aandacht bestudeerd
En mij met een groten langen brief vereerd,
Waarin dat hij mij de namen heeft verkond
Van al de nieuw’ microben die ik tot hem zond.

PDFlogo Partituur * Microben *
MP3logo
      instrumentaal
MP3logo
      Regina Dockx (circa 1975)

 Bronnen:
liedblad van Pol Speeckaert (1879-1935) uitgegeven door Eugène Delbeke, Gent, niet gedateerd
in "HET VOLKSLIED in Kasterlee, Lichtaart, Tielen, Gierle, Turnhout en Oud-Turnhout" - thesis Herman van Gorp, 1976.
Partituur gesignaleerd door "Pelle" en doorgestuurd door "Philip verzamelt"

Tags:

Copyright © 1967-2026 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is gemaakt met behulp van het Multi sub-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van wordpress.org/themes/desk-mess-mirrored/